Wanneer waarheid een meetlat wordt
- 3 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Soms deel ik iets dat vanzelf opkomt en wat voor mij gewoon klopt om te delen. Vanuit het verlangen om open en transparant te zijn. Een gevoel, een inzicht, een beweging van binnenuit. Gewoon omdat het waar voelt om het uit te spreken.
En soms reageert de ander dan met woorden als: misschien is dit van de mind. Of: dit is van het ego. Of: het komt uit oude pijn. Soms wordt er gesproken over een bepaalde trilling die meekomt. Of er wordt gevraagd of het wel oprecht is, of het wel zuiver is. Of het wordt toegeschreven aan gekwetstheid, projectie of spreken vanuit angst.
En het hoeft ook niet altijd expliciet te zijn. Soms zit het in een ondertoon. In een manier van kijken. Een bijna onzichtbare uitnodiging om opnieuw te onderzoeken wat er werkelijk beweegt.
Op zulke momenten gebeurt er iets in mij. Wat net nog open en vanzelf voelde, verandert in lichte alertheid. Een subtiele spanning. Iets in mij trekt samen en begint te twijfelen. Mijn aandacht trekt naar binnen, alsof ik opnieuw moet voelen of het nog klopt.
En natuurlijk zijn er momenten dat zoān vraag echt iets opent. Dan zie ik waar ik mezelf vasthoud in een oud beeld dat niet meer klopt.
Maar soms gebeurt er iets anders.
Zonder dat ik het doorheb verschuift het van delen naar controleren. Elk gevoel wordt onderzocht. Elke beweging gewogen. Elk woord betwijfeld. Er ontstaat een subtiele spanning. Een verlangen om geen ego meer te hebben, om mijn verhalen niet meer te geloven, om alleen nog maar vanuit waarheid te spreken.
Wat eerst vanzelf bewoog en er gewoon even wilde zijn, komt onder een laag van zelfanalyse te liggen.
En dat doet iets in het contact. Niet alleen met mezelf, ook met de ander. Er ontstaat een subtiele afstand. Iets trekt zich al terug, beschermt of verdedigt zich. Niet zichtbaar misschien, maar wel voelbaar. Alsof ik nog aanwezig ben, maar niet meer helemaal.
En precies daar verdwijnt iets van de eenvoud. Niet omdat de vraag verkeerd is, maar omdat het delen niet langer vrij mag verschijnen.
Ik zie hoe dit zich herhaalt. Dat liefde zich uitspreekt terwijl er tegelijk een verlangen naar erkenning meebeweegt. Dat kwetsbaarheid en behoefte er tegelijk zijn. Dat oprechtheid en onzekerheid elkaar niet uitsluiten. Niet als iets wat eerst opgelost moet worden, maar als wat er al is. Als de manier waarop menselijkheid zich uitdrukt.
En juist daar kan iets open blijven. Niet wanneer alles zuiver is gemaakt, maar wanneer niets wordt buitengesloten.
Zelfonderzoek blijft mogelijk. Maar het verandert van toon. Er hoeft niets meer gecorrigeerd te worden. Er hoeft niet naar een andere staat bewogen te worden. Er hoeft niets verfijnd te worden tot het klopt.
Het wordt eenvoudiger. Kijken. Ontmoeten. Ermee zijn.
En daarin wordt iets zichtbaar. Dat ook de twijfel, het verlangen om gezien te worden en de neiging om mezelf te verbeteren, niet buiten waarheid staan. Ze verschijnen als dezelfde openheid, die zich ook zo laat zien. Het is hoe liefde zich nu toont.
Niet als probleem.
Maar als dit.






Opmerkingen